 |
|
| Pharma moet de
kennis in Nederland houden |
|
| Door onze
redacteuren Marcel aan de Brugh en Esther Rosenberg |
|
| Nieuw
topinstituut gaat werken aan hart- en vaatziekten, reuma en
kanker |
|
| ROTTERDAM, 19
AUG. Het topinstituut
Pharma, waarvoor minister Hoogervorst pleit, zou het vijfde
Nederlandse topinstituut worden. Toch investeert Nederland nog
weinig in onderzoek en ontwikkeling. |
|
| Nederland
versterkt zijn positie als kennisland door de oprichting van
een topinstituut voor farmaceutisch onderzoek, waarin
industrie, universiteiten en overheid de komende vier jaar 260
miljoen euro stoppen. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid
(VVD) zei dit gisteren in een vraaggesprek met deze krant. Het
kabinet moet er nog goedkeuring aan geven. |
|
| Het is geen nieuw
fenomeen. In Nederland bestaan er al vier van dergelijke
Technologische Topinstituten (TTI's). Ze richten zich op
voeding, metaal, telematica en kunststoffen. En de oprichting
van topinstituten op het gebied van bijvoorbeeld
zaadveredeling en waterzuivering is vergevorderd. |
|
| De technologische
topinstituten zijn in 1997 in het leven geroepen door de
toenmalige minister van Economische Zaken, Hans Wijers, nu
bestuursvoorzitter van chemieconcern Akzo Nobel. De oprichting
ervan was een reactie op de ingrijpende reorganisaties bij
grote bedrijven als Shell, Philips en Akzo Nobel. Die waren
bezig het fundamentele, langetermijnonderzoek, af te stoten
omdat het te weinig opleverde. De bedrijven kwamen erachter
dat fundamentele kennis ook via losse samenwerkingsverbanden
met universiteiten te verkrijgen is, en via
kennisinstellingen. |
|
| Het inkopen van
kennis werd daardoor zoiets als het doen van boodschappen. Je
haalt het daar waar je behoefte ligt. Door het steeds
internationalere karakter van de grote Nederlandse bedrijven,
gingen ze hun kennis steeds vaker in het buitenland inkopen.
Dat schaadde de kennispositie van Nederland. De trend kwam
bovendien in een ongustige tijd. Veel westerse landen zijn
bezig de omslag te maken van een industri묥 economie (gericht
op steeds grootschaliger en effici뮴ere productie) naar een
kenniseconomie (gericht op de ontwikkeling en verkoop van
kennis, en de productie van veel nieuwe, innovatieve goederen
en diensten). |
|
| De technologische
topinstituten vormen daarop een antwoord. Ze moeten de
samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen in
Nederland versterken. |
|
| Het onderzoek
naar nieuwe geneesmiddelen bijvoorbeeld is in Nederland
momenteel versnipperd, zegt Hans van den Berg, hoofd
researchco?natie farma bij Organon (onderdeel van Akzo). Hij
is een van de initiatiefnemers voor de oprichting van het
Topinstituut Pharma, zoals het vooralsnog zal gaan heten. Het
instituut moet het geneesmiddelenonderzoek beter regisseren.
,,Zoals je tegenwoordig voor ieder ziektebeeld een specialist
hebt, zo zie je die fragmentatie ook terug in de formulering
van onderzoeksaanvragen'', zegt Van den Berg. Het topinstituut
moet er voor gaan zorgen dat universiteiten en industrie
intensiever samenwerken. Academisch onderzoek zou onvoldoende
aansluiten bij wat farmaceutische bedrijven nodig hebben.
Onderzoeksresultaten zouden daardoor onvoldoende worden benut
voor commerci묥 producten. |
|
| Om te voorkomen
dat een overheidsinvestering verkapte subsidie zal zijn voor
de farmaceutische industrie, zal het uitsluitend gaan om
onderzoek in de `precompetitieve fase', dus nog voor het
daadwerkelijk op de eindproducten aankomt. Onderzoek
bijvoorbeeld, naar een manier om de bijwerking van een
geneesmiddel sneller te testen. Gemiddeld duurt het 15 jaar
voor een nieuw geneesmiddel op de markt komt. Doel is die
periode te verkorten. |
|
| Vorig jaar
oktober bezocht een werkgroep onder leiding van Van den Berg
verschillende farmaceutische bedrijven om te verkennen wat
voor hen belangrijke onderzoeksgebieden waren en of ze actief
deel wilden nemen in zo'n instituut. Toen bleken de
onderzoeksgebieden van de farmaceutische en biotechnologische
bedrijven sterk overeen te komen: hart- en vaatziekten,
hersenaandoeningen, infectieziekten, oncologie en
(auto)immuunziekten. Het zijn ziektebeelden waarvoor bestaande
therapie뮠vaak ontoereikend zijn en waar vanuit de medische
wereld, vanwege de vergrijzing, grote vraag naar is. |
|
| Deze gebieden
kwamen in grote lijnen ook overeen met onderzoeksgebieden
waarvan de overheid vond dat er prioriteit aan moest worden
gegeven. Uit de aardgasbaten zal volgens Hoogervorst jaarlijks
ruim 30 miljoen euro naar het technologisch topinstituut
Pharma gaan. Sinds 1997 ontvangen de huidige vier instituten
jaarlijks in totaal 46 miljoen euro. Bij alle instituten wordt
de helft betaald door de overheid, de andere helft door
bedrijven en universiteiten. |
|
| In 2007 wordt de
financiering van de topinstituten opnieuw beoordeeld. Vast
staat dat het budget voor het topinstituut `voeding' zal
worden verdubbeld. De focus van het instituut zal zich sterker
richten op gezonde voeding. |
|
| De opzet van de
technologische topinstituten slaat internationaal aan.
Voormalig eurocommissaris Busquin (onderzoek en innovatie)
heeft zich bij de inrichting van een Europees
onderzoeksnetwerk mede gebaseerd op de formule van de
Nederlandse TTI's. |
|
| Toch scoort
Nederland nog slecht op het gebied van onderzoek en
ontwikkeling. Van het bruto nationaal product gaat 1,8 procent
naar onderzoek en ontwikkeling. Daarmee zit Nederland onder
het Europese gemiddelde van 1,9 en nog lager dan Amerika en
Japan die tussen de 2,5 en 3 procent zitten. Om die reden is
in Nederland het Innovatieplatform opgericht, dat wordt
voorgezeten door premier Balkenende. Het beoogt de innovatie
te bevorderen, onder meer door een betere samenwerking tussen
bedrijven en kennisinstellingen. Niet alleen de grote
bedrijven, maar juist ook het omvangrijke midden- en
kleinbedrijf. |
|
| Datum: |
19-08-2005 |
| Sectie: |
Binnenland |
| Pagina: |
02 |
| Trefwoord: |
Geneesmiddelen; Wetenschap en
techniek; Hoger onderwijs |
| Organisatie: |
Pharma |
| Persoon: |
Hans
Hoogervorst | |
|
| Op dit
artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV,
respectievelijk van de oorspronkelijke auteur. |
| | |
 |